Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2022:2306

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-10-2022
Datum publicatie
01-11-2022
Zaaknummer
22/657 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Niet verschoonbare termijnoverschrijding bij het indienen van de beroepsgronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 oktober 2022

22/657 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

13 januari 2022, 21/3945 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld, is op 13 januari 2022 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 28 februari 2022 via de digitale postkamer ontvangen. De laatste dag van de termijn is 24 februari 2022. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft

niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 15 maart 2022 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij e-mail van 18 maart 2022 geantwoord dat hij corona had toen de aangevallen uitspraak werd verzonden. Nadat appellant hiervan was genezen, is hij op

18 februari 2022 nogmaals positief getest op corona. In de tussentijd heeft appellant zijn advocaat ontslagen omdat hij vindt dat deze zijn belangen niet goed heeft behartigd. Nadat appellant is hersteld van corona heeft hij zelf direct beroep ingesteld. Appellant heeft als bijlagen twee foto’s meegestuurd van de positieve coronatest uitslagen van 8 januari 2022 en 18 februari 2022.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Appellant had op het moment dat hij zijn advocaat heeft ontslagen ook online, vanuit huis, pro forma hoger beroep kunnen instellen bij de Raad om op deze wijze de beroepstermijn veilig te stellen. Dit heeft appellant niet gedaan.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2022.

(getekend) F.M. Rijnbeek

(getekend) J.M. Labage

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

GdJ