Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2022:1872

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-08-2022
Datum publicatie
25-08-2022
Zaaknummer
22/396 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepschrift niet tijdig ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 augustus 2022

22/396 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 oktober 2021, 21/462 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland (college)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het college heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een incidenteel hoger beroep bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de gronden van het hoger beroep aan desbetreffende partij zijn verzonden. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De gronden van het hoger beroep zijn op 14 december 2021 in afschrift aan appellant toegezonden.

Het incidenteel hoger beroepschrift is op 28 januari 2022 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 26 januari 2022 ter post bezorgd.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 4 februari 2022 is appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft daarop bij brief van 14 februari 2022 geantwoord dat het incidenteel hoger beroepschrift op 21 januari 2021 (lees: 2022) is opgesteld en aan de Raad is toegezonden. Ter ondersteuning hiervan heeft appellant een overzicht van de administratie toegestuurd. Daarin wordt bijgehouden wie welke taken op welke datum heeft verricht.

Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Met het overgelegde overzicht heeft appellant niet aannemelijk gemaakt het incidenteel hoger beroepsschrift eerder dan 26 januari 2022 ter post is bezorgd.

Het incidenteel hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van J.E. Eikelenboom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2022.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) J.E. Eikelenboom

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.