Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:920

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
19/2477 AKW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling. Appellant wordt veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 april 2021

19/2477 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2019, 18/7634

Partijen:

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 19 augustus 2019 heeft mr. H.J.G. Heijen, advocaat, namens betrokkene een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 8 december 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. Heijen verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft een verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 534,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 534,-.

Deze uitspraak is gedaan door H. Benek, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2021.

(getekend) H. Benek

(getekend) K.R. van Renswoude

RB