Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:610

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-03-2021
Datum publicatie
19-03-2021
Zaaknummer
20/763 WLZ-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

De termijnen uit de wet zijn streng. De reden daarvoor is de rechtszekerheid: burgers en bestuursorganen moeten weten waar ze aan toe zijn en alle indieners van beroepschriften worden op dezelfde manier behandeld. Een uitzondering hierop is alleen mogelijk in zeer bijzondere omstandigheden, daarvan is hier geen sprake. De Raad ziet, met alle begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin bewindvoerders verkeren, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat bewindvoerders gedurende de - gehele - beroepstermijn van zes weken niet in de gelegenheid waren een (pro forma) beroepschrift op te (laten) stellen en vervolgens in te dienen. De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 maart 2021

20/763 WLZ-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 januari 2020, 18/3818 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

Stichting Wlz-uitvoerder Zorg en Zekerheid (Zorgkantoor)

Zitting heeft: J.C. Boeree

Griffier: R. van Doorn

Ter zitting zijn verschenen: [bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] (bewindvoerders) en E. van der Bilt (cliƫntenondersteuner)

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 30 september 2020 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak nietontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

In verzet is door bewindvoerders aangevoerd dat appellante ernstige beperkingen heeft en daardoor zeer intensieve zorg krijgt. Zij is niet in staat om voor zichzelf te zorgen en is volledig afhankelijk van anderen. Door toename van de fysieke problematiek van appellante in de periode waarin hoger beroep kon worden ingesteld, moesten bewindvoerders meer zorg leveren. Deze zorg kost veel tijd. De cliƫntenondersteuner bevestigt dat de bewindvoerders constante zorg leveren. Ook voor het verkrijgen van maatwerk WMOvoorzieningen waren extra inspanningen van bewindvoerders nodig. Daarnaast is in opdracht van het zorgkantoor een nieuw Wlzzorgbehoefte onderzoek uitgevoerd en dit proces heeft ook weer extra tijd van bewindvoerders gevraagd. Ook lopen er inmiddels meerdere procedures en daar gaat veel tijd in zitten. Alles tezamen heeft er voor gezorgd dat bewindvoerders geen tijd hadden voor het werken aan een (pro forma) hoger beroep en daardoor is de einddatum voor het instellen van hoger beroep overschreden.

De termijnen uit de wet zijn streng. De reden daarvoor is de rechtszekerheid: burgers en bestuursorganen moeten weten waar ze aan toe zijn en alle indieners van beroepschriften worden op dezelfde manier behandeld. Een uitzondering hierop is alleen mogelijk in zeer bijzondere omstandigheden, daarvan is hier geen sprake. De Raad ziet, met alle begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin bewindvoerders verkeren, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat bewindvoerders gedurende de - gehele - beroepstermijn van zes weken niet in de gelegenheid waren een (pro forma) beroepschrift op te (laten) stellen en vervolgens in te dienen.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) R. van Doorn (getekend) J.C. Boeree