Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:2294

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-09-2021
Datum publicatie
15-09-2021
Zaaknummer
18/1877 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 14 september 2021

18/1877 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2018, 17/6390

Partijen:

[appellant 1] en [appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. C.R. Hettema, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft op 13 december 2018 de hoogte van de opgelegde boete aangepast.

Bij brief van 6 januari 2020 heeft mr. Hettema namens appellanten het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.

De Svb heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellanten is het hoger beroep ingetrokken omdat de Svb aan de bezwaren van appellanten is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding de Svb te veroordelen in de kosten die appellanten in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.496,- in beroep en € 748,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kunnen appellanten zich rechtstreeks tot de Svb wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Svb in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 2.244,-.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2021.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) K.R. van Renswoude