Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:2157

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-08-2021
Datum publicatie
30-08-2021
Zaaknummer
19/3658 WLZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Bij brief van 5 januari 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Namens betrokkene heeft mr. H.H. Jansen, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten. Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten. Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 748,- in hoger beroep. De reiskosten die betrokkene heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank komen tot een bedrag van € 8,66 voor vergoeding in aanmerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 26 augustus 2021

19/3658 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 18 juli 2019, 18/946

Partijen:

CIZ (appellant)

[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 5 januari 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. H.H. Jansen, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft een verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 748,- in hoger beroep.

De reiskosten die betrokkene heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank komen tot een bedrag van € 8,66 voor vergoeding in aanmerking.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 756,66.

Deze uitspraak is gedaan door H. Benek, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2021.

(getekend) H. Benek

(getekend) K.R. van Renswoude