Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:2113

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-08-2021
Datum publicatie
26-08-2021
Zaaknummer
21/2274 WAJONG-VV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Geen grond om te oordelen dat sprake is van een actueel spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

21/2274 WAJONG-VV

Datum uitspraak: 19 augustus 2021

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. R.G.A.M. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 juli 2020, 20/950 (aangevallen uitspraak). Dit hoger beroep (hoofdzaak) is bij de Raad bekend onder nummer 20/2781 WAJONG.

Op 24 juni 2021 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2021. Namens verzoeker is

mr. Van den Heuvel verschenen, vergezeld door [naam moeder] , moeder van verzoeker, en M. Aalbers, de IQ-coach van verzoeker. Het Uwv heeft zich, door middel van videobellen, laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1.1.

Voor een uitvoerig overzicht van de voor de beoordeling van het verzoek van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de voorzieningenrechter naar de aangevallen uitspraak (ECLI:NL:RBDHA:2020:7761). Hij volstaat met het volgende.

1.2.

Verzoeker, geboren [geboortedatum] 1981, heeft op 18 december 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd. Bij besluit van 29 juni 2010 heeft het Uwv geweigerd aan verzoeker een uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten toe te kennen, omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt is geacht. Dit besluit is in bezwaar en in beroep in stand gelaten. Verzoeker heeft geen hoger beroep ingesteld.

1.3.

Bij besluit van 25 juni 2019 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 29 juni 2010, waarin verzoekers verzoek om een Wajong-uitkering is afgewezen. Bij besluit van 19 december 2019 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 25 juni 2019 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3.1.

Verzoeker heeft aangevoerd dat het spoedeisende belang is gelegen in het voorkomen van een lange wachttijd voor behandeling van het hoger beroep. Het wachten op een uitspraak in het hoger beroep zorgt voor bestaansonzekerheid bij verzoeker. Dat leidt tot achteruitgang van zijn gezondheid. Tevens moet hij voor het aanhouden van zijn woning in Leiden bij gebreke van enig inkomen, noodgedwongen op de zak teren van zijn ouders, wat gezien zijn leeftijd een onwenselijke situatie is.

3.2.

Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker er niet in is geslaagd om aan te tonen dat hij een actueel spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. Iedereen die in een hoger beroepsprocedure is verwikkeld heeft te maken met een lange wachttijd voor behandeling van zijn zaak.

4. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

4.1.

Op grond van de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

4.2.

Verzoeker heeft ter zitting laten weten dat er geen sprake is van een financieel spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Zijn ouders ondersteunen verzoeker financieel en zullen daar nog mee doorgaan. Verder is niet gebleken van een ander voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat de behandeling van de hoofdzaak niet zou kunnen worden afgewacht. Verzoeker heeft na het bereiken van de achttienjarige leeftijd nimmer een Wajong-uitkering ontvangen. Om persoonlijke reden heeft verzoeker afgezien van het vragen van een bijstandsuitkering. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat, na al die jaren, het treffen van een voorlopige voorziening in dit stadium van de behandeling van zijn hoger beroep kan bijdragen aan het wegnemen van zijn bestaansonzekerheid. Daarbij komt dat een getroffen voorlopige voorziening in de vorm van het verstrekken van voorschotten naar zijn aard een voorlopig karakter heeft en geen einde maakt aan de onzekerheid over het bestaan van een recht op Wajong-uitkering. Uitsluitsel daarover kan pas op zijn vroegst worden gegeven met de uitspraak op het hoger beroep. Wat verzoeker heeft aangevoerd, levert dan ook geen grond op om te oordelen dat sprake is van een actueel spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

4.3.

Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het verzoek om een voorlopige voorziening worden afgewezen.

5. Voor een vergoeding in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door W.J.A.M. van Brussel, in tegenwoordigheid van

V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

19 augustus 2021.

(getekend) W.J.A.M. van Brussel

(getekend) V.M. Candelaria