Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:2025

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
19/4917 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Procesbelang. De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft ontheffing van de sollicitatieverplichting gekregen en daarmee het maximaal haalbare resultaat bereikt. Zijn stelling dat hij al op een eerder moment had moeten worden ontheven van de sollicitatieverplichting valt buiten de reikwijdte van dit besluit. Omdat het in deze procedure bestreden besluit niet het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit is, kan appellant met deze procedure hoe dan ook niet bereiken dat de door hem gestelde schade wordt vergoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 4917 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 oktober 2019, 19/1811 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)

Datum uitspraak: 3 augustus 2021

Zitting heeft: A.M. Overbeeke

Griffier: Y.S.S. Fatni

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 augustus 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. B. Wernik. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. Mohan.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant ontving bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet naar de norm voor een alleenstaande. Appellant heeft op 31 oktober 2018 verzocht om ontheffing van de sollicitatieverplichting.

2.
Bij besluit van 6 december 2018, aangevuld bij besluit van 27 februari 2019, heeft het college appellant tot 14 september 2019, de datum waarop appellant de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, ontheffing verleend van de sollicitatieverplichtingop grond van dringende redenen.

3. Bij besluit van 2 april 2019 (bestreden besluit), heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 december 2018 niet-ontvankelijk verklaard, omdat bij de beoordeling daarvan geen procesbelang meer bestaat. Het college heeft het verzoek van appellant om ontheffing van de sollicitatieverplichting immers gehonoreerd.

4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe – samengevat – overwogen dat de stelling van appellant dat het college hem eerder had dienen te ontheffen van de sollicitatieverplichting en dat hij hierdoor schade heeft geleden niet leidt tot een procesbelang. Het college was niet gehouden (eerder) ambtshalve te onderzoeken of aanleiding bestond appellant te ontheffen van de sollicitatieverplichting en appellant heeft de geleden (immateriële) schade niet geconcretiseerd.

5. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hij wel een voldoende procesbelang heeft. Het college heeft onrechtmatig gehandeld, want het college had hem al op een eerder moment (ambtshalve) moeten ontheffen van de sollicitatieverplichting. Appellant wil daarom een schadevergoeding.

6. De Raad stelt vast dat appellant met het besluit van 6 december 2018 heeft gekregen wat hij heeft verzocht op 31 oktober 2018, namelijk ontheffing van de sollicitatieverplichting. Appellant heeft het maximaal haalbare resultaat al bereikt. De Raad stelt verder vast dat appellant de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet heeft betwist. De stelling van appellant dat hij al op een eerder moment had moeten worden ontheven van de sollicitatieverplichting valt buiten de reikwijdte van dit besluit. Omdat het in deze procedure bestreden besluit niet het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit is, kan appellant met deze procedure hoe dan ook niet bereiken dat de door hem gestelde schade wordt vergoed.

De rechtbank heeft het beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, met verbetering van gronden, moet worden bevestigd.

7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) Y.S.S. Fatni (getekend) A.M. Overbeeke