Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:1555

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2021
Datum publicatie
01-07-2021
Zaaknummer
20/1703 VALYS
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De FMMU heeft de aanvraag van appellante om een hoog pkb in redelijkheid kunnen afwijzen. Geen medische noodzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 1703 VALYS

Datum uitspraak: 24 juni 2021

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 31 maart 2020, 18/5279 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

FMMU Advies B.V. (FMMU)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Namens de FMMU heeft mr. T.C. van Eck een verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellante, geboren in 1944, is bekend met diabetes mellitus type 2, astma, osteoporose, coxartrose, cataract, rugklachten en angina pectoris. Zij beschikt over een Valys-pas. Appellante heeft op 30 mei 2018 een hoog persoonlijk kilometer budget (pkb) aangevraagd.

1.2.

De FMMU heeft de aanvraag van appellante bij besluit van 10 september 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 november 2018 (bestreden besluit), afgewezen. Hieraan is ten grondslag gelegd dat appellante in staat wordt geacht in een (elektrische) rolstoel met de trein te reizen, al dan niet met begeleiding. Op de stations kan zij volgens een arts van de FMMU zo nodig gebruik maken van aangepaste toiletten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, voor zover van belang, het volgende overwogen. Het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (protocol) vormt de grondslag voor een hoog pkb. De in het protocol neergelegde toekenningscriteria gaan de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten. De FMMU heeft na een zorgvuldig onderzoek voldoende inzichtelijk onderbouwd dat appellante niet voldoet aan alle voor het recht op een hoog pkb geldende voorwaarden, omdat zij in staat moet worden geacht gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer. Een arts van de FMMU heeft deugdelijk gemotiveerd dat appellante, ondanks haar lichamelijke beperkingen, medisch gezien onder begeleiding en met gebruikmaken van haar rolstoel met de trein kan reizen. De praktische bezwaren die appellante daarbij vermoedelijk zal ondervinden spelen bij de beoordeling van haar recht op een hoog pkb geen rol.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellante heeft aangevoerd dat zij ernstig beperkt is in haar mobiliteit. Zij kan slechts enkele meters schuifelen achter een rollator. Ook is gebruik van een toilet zonder sta-op-ondersteuning moeizaam en is het gebruik van incontinentiemateriaal niet aan te raden gezien de toestand van haar huid door gebruik van Prednison. Sinds de hoorzitting met de arts is haar situatie door een val verslechterd en is zij onzeker in haar resterende mobiliteit. Verder is vervoer met Valys zelden op tijd zodat op de trein gewacht zou moeten worden. Met van deur tot deur vervoer, zonder tussenstop en zonder afhankelijkheid van derden door een duwrolstoel hoopt appellante weer zorgeloze uitjes te kunnen maken en een sociaal leven te ervaren.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de FMMU de aanvraag van appellante om een hoog pkb in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. De door appellante aangevoerde omstandigheden zijn geen aanleiding om aan te nemen dat appellante, in afwijking van het beoordelingskader van het protocol, in de te beoordelen periode van 30 mei 2018 tot en met
8 november 2018 toch in aanmerking komt voor een hoog pkb. Hoewel invoelbaar is dat reizen met de trein met ongemakken gepaard kan gaan, zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit volgt uit dat appellante hiertoe strikt medisch gezien niet in staat is.

4.2.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, slaagt het hoger beroep niet. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2021.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) P. Boer