Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:1425

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-06-2021
Datum publicatie
17-06-2021
Zaaknummer
18/3226 ZW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. Het oordeel van de rechtbank en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Appellant heeft in hoger beroep geen (medische) gegevens overgelegd die aanleiding geven voor een andersluidend oordeel. Het hoger beroep slaagt dus niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 3226 ZW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 april 2018, 17/7279 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 9 juni 2021

Zitting heeft: mr. S.B. Smit-Colenbrander

Griffier: B.V.K. de Louw

Het onderzoek ter zitting heeft, door middel van videobellen, plaatsgevonden op

9 juni 2021. Namens appellant is verschenen mr. D. van der Wal, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door R.D. van den Heuvel.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 9 november 2017 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing gehandhaafd dat de uitkering van appellant op grond van de Ziektewet met ingang van 19 mei 2017 wordt beƫindigd, omdat hij weer geschikt wordt geacht voor de eerder geduide functies in het kader van de beoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. Het oordeel van de rechtbank en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Appellant heeft in hoger beroep geen (medische) gegevens overgelegd die aanleiding geven voor een andersluidend oordeel. Het hoger beroep slaagt dus niet.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend.) B.V.K. de Louw (getekend.) S.B. Smit-Colenbrander