Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:1061

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
10-05-2021
Zaaknummer
17/5846 WIA
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 31 juli 2020 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Met betrekking tot de vordering van de gemaakte kosten van € 2.374,48 in verband met het door appellante ingebrachte rapport van J. Huisman, psychiater, is de Raad met het Uwv van oordeel dat de op de factuur genoemde secretariële en kantoorkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. De door het Uwv te vergoeden kosten voor de ingeschakelde deskundige bedraagt € 1.1137,18.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 29 april 2021

17/5846 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 juli 2017, 16/1526 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I.M.J.J. Dewarrimont hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 31 juli 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 6 oktober 2020 heeft namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 31 juli 2020 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op in bezwaar € 1.068,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting) en € 1.068,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.068,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 0,5 punt voor verschijnen ter comparitie zitting en 0,5 punt voor het indienen van een zienswijze na het verslag van het deskundigenonderzoek) voor verleende rechtsbijstand.

Met betrekking tot de vordering van de gemaakte kosten van € 2.374,48 in verband met het door appellante ingebrachte rapport van J. Huisman, psychiater, is de Raad met het Uwv van oordeel dat de op de factuur genoemde secretariële en kantoorkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. De door het Uwv te vergoeden kosten voor de ingeschakelde deskundige bedraagt € 1.1137,18.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.341,18.

Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2021.

(getekend) J.T.H. Zimmerman

(getekend) H. Alajai