Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2021:1052

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
10-05-2021
Zaaknummer
16/6159 ZW-R
Formele relaties
Te rectificeren uitspraak: ECLI:NL:CRVB:2021:309
Conclusie: ECLI:NL:CRVB:2021:1050
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 16 februari 2021, 16/6159 ZW, ECLI:NL:CRVB:2021:309, zie ECLI:NL:CRVB:2021:1050 voor de gerectificeerde tekst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16/6159 ZW-R

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 16 februari 2021, 16/6159 ZW

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats](appellante)

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid) (Staat)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft, na hier door mr. O. Labordus, gemachtigde van appellant op te zijn gewezen, geconstateerd dat zijn uitspraak van 16 februari 2021 met het registratienummer 16/6159 ZW onjuistheden bevat. In overweging 6.2 van deze uitspraak staat dat de redelijke termijn met 11 maanden is overschreden. Dit moet 1 jaar en 11 maanden zijn. De schadevergoeding als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn is dan niet € 1000,- maar € 2000,-.

De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 9 maart 2021 aan partijen meegedeeld.

De gemachtigde van appellant heeft op 11 maart 2021 gereageerd op de brief van 9 maart 2021. De andere partijen hebben niet gereageerd, zodat de Raad, daarin meegenomen de terechte reactie van de gemachtigde van appellant, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt in de uitspraak 16/6159 ZW de rechtsoverweging 6.2 en de beslissing als volgt:

6.2.

Voor dit geval geldt dat vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift door het Uwv op 19 februari 2015 tot aan de dag van deze uitspraak 5 jaar en ruim 11 maanden zijn verstreken. In de zaak zelf noch in de opstelling van appellante zijn aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat in dit geval de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar zou mogen bedragen. De redelijke termijn is dus met ruim 1 jaar en 11 maanden overschreden. De overschrijding in de bezwaarfase was minder dan een maand. Dat leidt tot de conclusie dat € 2.000, - ten laste van de Staat wordt gebracht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 26 augustus 2015;

- herroept het besluit van 26 januari 2015 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 26 augustus 2015;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 2.000,-;

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.001,10;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 267,-;

- bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 169,-vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 16 februari 2021 als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 april 2021.

(getekend) A.T. de Kwaasteniet

(getekend) R.L. Rijnen