Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:915

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-04-2020
Datum publicatie
11-04-2020
Zaaknummer
19/1417 ANW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 april 2020

19/1417 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2019, 18/4023 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 15 november 2019 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 februari 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 november 2019 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de in de brief van 17 augustus 2019 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellante, voor zover hier van belang, te kennen gegeven dat zij het griffierecht later aan de Raad heeft betaald.

De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Binnen de gestelde termijn, die eindigde op 16 september 2019, is door de Raad geen griffierecht ontvangen. Eerst op 9 oktober 2019 is het griffierecht op de rekening van de Raad bijgeschreven. Dit is na afloop van de termijn. Appellante heeft in verzet geen reden gegeven voor de te late betaling.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van B.V.K. de Louw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) B.V.K. de Louw

GdJ