Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:669

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
18-03-2020
Zaaknummer
19-4025 BABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), type bestuurder. Zorgvuldige adviezen van de GGD-artsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 4025 BABW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2019, 18/7141 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 4 maart 2020

Zitting heeft: L.M. Tobé

Griffier: G.S.M. van Duinkerken

Ter zitting zijn verschenen: mr. H.J.J. Hendrikse, advocaat, voor appellant en mr. F. Sabet voor het college.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Bij besluit van 2 oktober 2018 (bestreden besluit), verzonden op 23 oktober 2018, heeft het college de afwijzing van de aanvraag van appellant om een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), type bestuurder, gehandhaafd. Hieraan is ten grondslag gelegd dat uit de medische adviezen van GGD-arts L. Gundlach van 20 juli 2017, 26 september 2017 en 21 augustus 2018 en van GGD-arts J.L.J. Timmerman van 17 januari 2018 en 11 april 2018 blijkt dat appellant in redelijkheid in staat moet worden geacht zelfstandig, al dan niet met de gebruikelijke loophulpmiddelen, een afstand van meer dan 100 meter te overbruggen.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de adviezen van de GGD-artsen zorgvuldig zijn en dat het college zich hierop heeft mogen baseren.

3. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. De Raad voegt hier het volgende aan toe.

Dat anesthesioloog-pijnspecialist drs. J.E. Steenhuisen in de brief van 10 juli 2018 vermeldt dat appellant pijn in de rug heeft en gebruik maakt van een kruk, leidt niet tot twijfel aan de conclusie van de GGD-artsen dat appellant zelfstandig of met loophulpmiddelen, zoals krukken, meer dan 100 meter kan lopen. De rugpijnklachten en het gebruik van de kruk waren bekend bij de GGD-artsen en zijn door hen in de beoordeling betrokken. Dat de door Steenhuisen voorgestelde behandeling volgens GGD-arts Gundlach wellicht tot verbetering van het lopen zou kunnen leiden, doet geen afbreuk aan de conclusie van de GGD-artsen. Het betoog van appellant dat de GGD-artsen alleen tot hun conclusie hadden kunnen komen als zij appellant feitelijk 100 meter hadden zien lopen, volgt de Raad niet. GGD-arts Gundlach baseert haar conclusie over de loopafstand van appellant op de beschrijving van het klachtenpatroon, de dagelijkse activiteiten van appellant, de inspectie van het looppatroon en op informatie uit de behandelend sector. De GGD-artsen zien in de door appellant daarna ingebrachte medische informatie geen aanleiding voor een ander standpunt, omdat geen (nieuwe) medische feiten blijken die een ernstige loopbeperking onderbouwen. Niet valt in te zien dat de GGD-artsen op basis van hun onderzoek niet tot hun conclusie over de loopstand van appellant hebben kunnen komen.

4. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de enkelvoudige kamer,

(getekend) G.S.M. van Duinkerken (getekend) L.M. Tobé

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep