Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:616

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-03-2020
Datum publicatie
16-03-2020
Zaaknummer
19/119 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rechtbank heeft beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat college de maatregel van 100% verlaging heeft verlaagd tot 0%. Proceskosten levert geen belang op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 119 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 28 december 2018, 18/3043 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Emmen (college)

Datum uitspraak: 3 maart 2020

Zitting hebben: P.W. van Straalen als voorzitter en W.F. Cleassens en M.F. Wagner als leden

Griffier: F.H.R.M. Robbers

Appellante en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Bethlehem.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het gaat in deze zaak om een door het college opgelegde maatregel van 100% verlaging van de bijstand van appellante gedurende een maand. Het college heeft het daartegen gemaakte bezwaar bij het bestreden besluit van 21 augustus 2018 ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Hierbij was van belang dat de verlaging bij besluit van 3 september 2018 inmiddels was herzien naar 0%.

In geschil is of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264) bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat dit niet het geval is. Dat het bestreden besluit op onjuiste gronden is genomen en het rechtsgevoel van appellante is aangetast levert geen procesbelang op. Ook ziet de Raad zonder toelichting, die ontbreekt, niet in hoe de maatregel van invloed kan zijn bij toekomstige aanvragen om een uitkering of bij het aangaan van mogelijke toekomstige beroepen.

De door appellante gestelde, maar op geen enkele wijze onderbouwde, reputatieschade maakt het oordeel dat appellante geen procesbelang heeft niet anders. Op voorhand is namelijk onaannemelijk dat appellante schade heeft geleden.

Appellante heeft tot slot gesteld dat zij proceskosten heeft moeten maken. Het is echter vaste rechtspraak dat aan een verzoek om veroordeling tot vergoeding van proceskosten geen procesbelang kan worden ontleend.

Dit betekent dat de gronden in hoger beroep niet slagen.

Voor een veroordeling in de kosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) P.W. van Straalen