Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:591

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
10-03-2020
Zaaknummer
19/1969 PW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet niet-ontvankelijk. Verzet niet binnen gestelde termijn gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 6 maart 2020

19/1969 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 april 2019, 18/8169 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren (dagelijks bestuur)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 augustus 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 24 januari 2020. Appellant is verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 augustus 2019 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 10 juni 2019 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.


De uitspraak van de Raad is op 27 augustus 2019 per aangetekende post verzonden. De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend, was 8 oktober 2019. Appellant heeft op 22 oktober 2019 digitaal een verzetschrift ingediend. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.

Appellant heeft in verzet te kennen gegeven dat hij wel op tijd was, maar weinig geld heeft en door allerlei instanties wordt tegengewerkt. Hij heeft altijd zijn best gedaan en er is niemand die hem helpt.

Vast staat dat het verzet niet binnen de gestelde termijn is gedaan. De Raad heeft begrip voor de door appellant geschetste omstandigheden maar acht deze niet dusdanig dat het voor hem onmogelijk was om binnen de gestelde termijn verzet te (laten) doen. Appellant had hulp van derden in kunnen schakelen om zijn belangen goed te behartigen.

Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.I.S. van Haaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) R.I.S. van Haaren

rh