Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:3417

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
04-01-2021
Zaaknummer
20/2708 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij brief van 17 oktober 2020 heeft appellant het hoger beroep bevoegdelijk en zonder enig voorbehoud ingetrokken. Van een herroeping van de intrekking binnen de hoger beroepstermijn is geen sprake. Niet gebleken is dat de intrekking van het hoger beroep berust op een wilsgebrek. Daarom kon de intrekking van het hoger beroep niet ongedaan worden gemaakt. Het hoger beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 december 2020

20/2708 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
24 juli 2020, 19/2862 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 13 oktober 2020 heeft de Raad appellant meegedeeld dat appellant op basis van de verstrekte gegevens niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet en dat zijn beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen.

Bij brief van 17 oktober 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Bij brief van 21 oktober 2020 heeft de Raad de intrekking van het hoger beroep bevestigd.

Bij brief van 30 oktober 2020 heeft appellant meegedeeld dat hij door gebrek aan geld het hoger heeft ingetrokken. Appellant heeft de Raad verzocht hem kans te geven om het hoger beroep door te zetten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

1.1

Intrekking van een hoger beroep na afloop van een hoger beroepstermijn kan niet ongedaan worden gemaakt, tenzij de intrekking van het hoger beroep onbevoegdelijk is gedaan dan wel van een wilsgebrek sprake is, zoals dwang, dwaling of bedrog (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:517).

1.2.

Bij brief van 17 oktober 2020 heeft appellant het hoger beroep bevoegdelijk en zonder enig voorbehoud ingetrokken. Van een herroeping van de intrekking binnen de hoger beroepstermijn is geen sprake. Niet gebleken is dat de intrekking van het hoger beroep berust op een wilsgebrek. Gelet op 1.1 kon de intrekking van het hoger beroep dan ook niet ongedaan worden gemaakt.

1.3.

Uit 1.1 en 1.2 volgt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van N. Khachatryan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2020.

(getekend) A.M. Overbeeke

(getekend) N. Khachatryan

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

lh