Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:3403

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
06-01-2021
Zaaknummer
19/5322 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag bijzondere bijstand voor babyuitzet terecht afgewezen, omdat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 5322 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 22 december 2020

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2019, 19/4028 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P. van Baaren, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant op heeft 22 februari 2019 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor de kosten van een babyuitzet. [In] 2019 is zijn kind geboren.

1.2.

Bij besluit van 12 april 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 9 augustus 2019 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat geen sprake is van kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Vanaf de zwangerschap zijn de kosten voor de babyuitzet voorzienbaar, waardoor men geacht wordt te kunnen reserveren voor deze kosten, dan wel geacht wordt de kosten te kunnen betalen door middel van gespreide betaling achteraf. Het feit dat appellant een hoge huur heeft, maakt dat niet anders, omdat hoge huurlasten niet kunnen worden afgewenteld op de bijstand.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft daartoe aangevoerd dat wel degelijk sprake is van bijzondere omstandigheden. Zijn vriendin heeft hem pas op 20 februari 2019 van haar zwangerschap op de hoogte gesteld, als gevolg waarvan de reserveringsperiode zo kort is dat daarmee geen rekening kan worden gehouden. Voorts is volgens appellant gespreide betaling achteraf niet reƫel.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet dient eerst te worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Op dit punt heeft de bijstandverlenende instantie een zekere beoordelingsruimte.

4.2.

Volgens vaste rechtspraak worden zowel de kosten van een babyuitzet als de kosten van een verhuizing tot de incidentele algemene kosten van het bestaan gerekend, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan (uitspraak van 19 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1586 en uitspraak van 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2813). Ook als voor het maken van deze kosten een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten, voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4.3.

Tussen partijen is in geschil of de kosten van een babyuitzet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellant met zijn stelling dat hij pas op 20 februari 2019 op de hoogte is geraakt van de zwangerschap van zijn vriendin niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het benodigde bedrag voor de babyuitzet niet had kunnen sparen of achteraf door gespreide betaling had kunnen bekostigen. Appellant heeft zijn stelling dat geen enkele winkel bereid is om een babyuitzet te leveren zonder betaling vooraf, niet onderbouwd. Hetzelfde geldt voor zijn stelling dat het voor hem niet mogelijk was een lening af te sluiten en de kosten van de babyuitzet door gespreide betaling te kunnen betalen.

4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2020.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) R.B.E. van Nimwegen