Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:3091

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
11-12-2020
Zaaknummer
19/2403 WSF
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening en terugvordering studiefinanciering. Appellant heeft met de in hoger beroep overgelegde foto’s niet aangetoond dat hij ten tijde van het huisbezoek feitelijk op het brp-adres woonde. Verder ziet de Raad geen aanleiding te twijfelen aan de in het rapport opgenomen verklaring van de hoofdbewoner omdat de hoofdbewoner een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd en de controleurs hebben vastgesteld dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst. Dit is ook aannemelijk gelet op de toelichting ter zitting van appellant over het werkzame leven van de hoofdbewoner.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 2403 WSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2019, 19/843 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)

Datum uitspraak: 9 december 2020

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S. Akkas, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2020, (gedeeltelijk) door middel van beeldbellen. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Akkas. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F. Hummel-Fekkes.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant stond vanaf 29 december 2017 in de basisregistratie personen (brp) ingeschreven onder het adres [adres] . Appellant heeft, voor zover hier van belang, vanaf 1 januari 2018 studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 ontvangen, berekend naar de norm die geldt voor een uitwonende studerende.

1.2.

Op 18 september 2018 hebben twee controleurs in opdracht van de minister onderzoek gedaan naar de woonsituatie van appellant. Van de bevindingen van het onderzoek is een rapport opgemaakt.

1.3.

Bij besluit van 8 oktober 2018 heeft de minister op basis van de bevindingen van het onderzoek de aan appellant toegekende studiefinanciering met ingang van 1 januari 2018 herzien, in die zin dat hij vanaf die datum als thuiswonende studerende is aangemerkt. Daarbij heeft de minister een bedrag van € 1.878,21 van appellant teruggevorderd.

1.4.

Bij besluit van 9 januari 2019 (bestreden besluit) heeft de minister de bezwaren van appellant tegen het besluit van 8 oktober 2018 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat in het rapport is vermeld dat de hoofdbewoner de Nederlandse taal goed beheerst en dat hij de controleurs begrijpt. De hoofdbewoner zelf heeft een verklaring afgelegd en ondertekend waarin onder meer staat dat hij de vragen heeft begrepen. Verder heeft de hoofdbewoner aangegeven dat appellant bij hem in huis wilde wonen, maar dat de hoofdbewoner dat moeilijk vond omdat de hoofdbewoner een vriendin heeft. De hoofdbewoner heeft verder gezegd dat appellant post komt halen, even een kop koffie blijft drinken en dan weer weggaat. Als tegenbewijs heeft appellant alleen een verklaring overgelegd van de hoofdbewoner waarin deze onder meer zegt de Nederlandse taal niet goed te beheersen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op wat in het rapport staat, deze enkele verklaring niet voldoende is om iets af te doen aan dat rapport. De minister heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien voor verder onderzoek en mocht zich baseren op het rapport. De rechtbank is van oordeel dat de overgelegde nadere verklaring van de hoofdbewoner en diens vriendin te weinig aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat appellant niet woonachtig was op het brp-adres. Dit blijkt ook niet uit de ter zitting overgelegde foto’s, omdat niet duidelijk is op welk adres deze zijn genomen. Daarbij wordt uit de foto’s niet zonder meer duidelijk dat de paar persoonlijke spullen die zichtbaar zijn aan appellant toebehoren.

3. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat appellant ten tijde van de controle niet woonde op het brp-adres. Ter motivering van dit standpunt heeft appellant in grote lijnen herhaald wat hij in beroep heeft aangevoerd. Tevens heeft hij enkele foto’s ingezonden. Ter zitting heeft appellant nogmaals betoogd dat de hoofdbewoner de Nederlandse taal beperkt beheerst.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

Wat in hoger beroep is aangevoerd is in grote lijnen een herhaling van wat in beroep is aangevoerd. De rechtbank heeft de beroepsgronden gewogen en daarover een gemotiveerd oordeel gegeven. Uit het hogerberoepschrift blijkt niet waarom dat oordeel niet juist zou zijn.

4.2.

De Raad onderschrijft de overwegingen die tot het oordeel van de rechtbank hebben geleid. Daaraan wordt toegevoegd dat appellant ook met de in hoger beroep overgelegde foto’s niet heeft aangetoond dat hij ten tijde van het huisbezoek feitelijk op het brp-adres woonde. Verder ziet de Raad geen aanleiding te twijfelen aan de in het rapport opgenomen verklaring van de hoofdbewoner omdat de hoofdbewoner een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd en de controleurs hebben vastgesteld dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst. Dit is ook aannemelijk gelet op de toelichting ter zitting van appellant over het werkzame leven van de hoofdbewoner.

4.3.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.A. Boersma, in tegenwoordigheid van L. Winters als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2020.

(getekend) J.P.A. Boersma

(getekend) L. Winters