Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2998

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
07-12-2020
Zaaknummer
19/4023 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag omdat appellant niet heeft aangetoond zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres te hebben waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 4023 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 augustus 2019, 19/1712 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Schiedam (college)

Datum uitspraak: 17 november 2020

Zitting heeft: A.J. Schaap

Griffier: M. Buur

Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A.M. van Marrewijk.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Op 20 augustus 2018 heeft appellant een aanvraag om bijstand gedaan naar de norm voor een alleenstaande, met als gewenste ingangsdatum 1 juni 2018. Op het aanvraagformulier heeft appellant als verblijfadres het woonadres van zijn ouders vermeld. Bij besluit van
26 september 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 18 maart 2019 (bestreden besluit) heeft het college de aanvraag om bijstand van appellant afgewezen. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat appellant niet heeft aangetoond zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres te hebben waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is in de rechtsoverwegingen 4.1, 4.2 en 4.3 gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) M. Buur (getekend) A.J. Schaap