Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2937

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-11-2020
Datum publicatie
26-11-2020
Zaaknummer
20/1763 WARZO-VV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het Uwv heeft beslist tot stopzetting van de invordering in afwachting van de uitspraak van de Raad op het hoger beroep. Proceskostenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 november 2020

20/1763 WARZO-VV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108, in verbinding met artikel 8:84, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het verzoek om voorlopige voorziening.

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. R. Grijpstra, advocaat, bij brief van 7 mei 2020 de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzocht een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bij brief van 25 mei 2020 heeft het Uwv de Raad meegedeeld dat de invordering van de WAZO-uitkering van verzoekster per direct wordt stopgezet in afwachting van de uitspraak van de Raad in het hoger beroep.

Bij brief van 25 mei 2020 heeft mr. Grijpstra namens verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, gelezen in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in geval van intrekking van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb worden veroordeeld.

Namens verzoekster is het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het Uwv met de brief van 25 mei 2020 heeft beslist tot stopzetting van de invordering in afwachting van de uitspraak van de Raad op het hoger beroep.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan verzoekster zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De voorzieningenrechter veroordeelt het Uwv in de kosten van verzoekster tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van

K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

25 november 2020.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) K.R. van Renswoude

GdJ