Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2927

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-11-2020
Datum publicatie
30-11-2020
Zaaknummer
19/785 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verlenen bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor kosten nieuwe wasmachine. Het komt voor eigen rekening en risico van appellante dat zij zonder eerst informatie in te winnen bij het college over is gegaan tot verwijdering van de wasmachines zodat het college de noodzaak van de aanschaf van een nieuwe wasmachine niet kan beoordelen.. Het college hoefde geen medewerking te verlenen aan de door appellante geboden alternatieven om de noodzaak van de vervanging van de wasmachines alsnog te kunnen beoordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 785 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 januari 2019, 18/6216 PW (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

Datum uitspraak: 16 november 2020

Zitting heeft: M. Hillen, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: J.B. Beerens

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2020. Voor appellante is

mr. R. El Bellaj, advocaat, verschenen. Het bestuur heeft zich laten niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Op 5 juni 2018 heeft appellante bij het college een aanvraagformulier om bijzondere bijstand ingediend voor de kosten van een wasmachine.

Bij besluit van 12 juni 2018 heeft het college aan appellante een bedrag van € 390,- aan bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze lening toegekend voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine. Bij besluit van 16 augustus 2018 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard. Het college heeft in het bestreden besluit overwogen dat appellante ten tijde van haar aanvraag om bijzondere bijstand de oude wasmachine reeds had laten verwijderen, zodat niet meer kon worden beoordeeld of de kosten voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine noodzakelijk waren met als gevolg dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een wasmachine had moeten afwijzen. Op grond van het verbod op reformatio in peius heeft het college de toekenning van de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening echter gehandhaafd.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe - samengevat - overwogen dat appellante op 27 mei 2018 de wasmachines als ‘gratis af te halen’ heeft aangeboden op Facebook en dat de wasmachines op dezelfde dag zijn opgehaald. Nu appellante de wasmachines voorafgaand aan de aanvraag om bijzondere bijstand al heeft laten verwijderen, heeft appellante het college de mogelijkheid ontnomen om te verifiëren of de vervanging van de wasmachines noodzakelijk was. De rechtbank is met het college van oordeel dat de aanvraag had moeten worden afgewezen omdat niet kan worden vastgesteld of de kosten noodzakelijk zijn. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het standpunt van het college dat in verband met het beginsel van reformatio in peius appellante door het instellen van bezwaar niet in een nadeliger positie mag worden gebracht.

De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in hoofdzaak een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van de betrokken gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust. Hij voegt daar nog aan toe dat het voor eigen rekening en risico van appellante komt dat zij zonder eerst informatie in te winnen bij het college, over is gegaan tot verwijdering van de wasmachines. Op appellante rust immers de bewijslast om aan te tonen dat de aanschaf van een nieuwe wasmachine noodzakelijk is. Om die reden hoefde het college geen medewerking te verlenen aan de door appellante geboden alternatieven om de noodzaak van de vervanging van de wasmachines alsnog te kunnen beoordelen.

Het hoger beroep slaagt dus niet en voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) J.B. Beerens (getekend) M. Hillen