Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2901

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
19/931 WIA-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

De uitspraak van de Raad van 6 februari 2020 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 11 november 2019 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Appellante heeft in verzet geen omstandigheden aangevoerd die het niet betalen van het griffierecht rechtvaardigen. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2020

19/931 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 februari 2019, 18/3269 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

NauthaDutilh N.V. (belanghebbende)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 6 februari 2020 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellante heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 oktober 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 februari 2020 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 11 november 2019 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Appellante heeft in verzet geen omstandigheden aangevoerd die het niet betalen van het griffierecht rechtvaardigen.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) R.H. Koopman

GdJ