Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2856

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-11-2020
Datum publicatie
19-11-2020
Zaaknummer
20/1431 WAJONG
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepschrift bevat geen gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 november 2020

20/1431 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

28 februari 2020, 19/3674 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.E.M.C. Koudijs, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge

artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Bij brief van 1 mei 2020 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 2 juni 2020 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

De gemachtigde van appellant heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van

K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

18 november 2020.

(getekend) S.B. Smit-Colenbrander

(getekend) K.R. van Renswoude

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

RB