Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2828

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
19/2666 WUV-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat de betalingsherinnering op de juiste wijze door de Raad is verzonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2020

19/2666 WUV-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:

Partijen:

de erven en/of rechtverkrijgenden van [naam 1] , laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] , Canada (appellanten)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van

30 januari 2020 heeft de Raad het beroep van appellanten tegen het besluit van verweerder van 1 april 2019, kenmerk BZ011268535, niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellanten heeft [naam 2] (gemachtigde) verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 2 oktober 2020. Namens appellanten is gemachtigde verschenen. Verweerder is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 30 januari 2020 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellanten niet in verzuim zijn geweest.

In verzet heeft gemachtigde te kennen gegeven dat hij de nota van 2 oktober 2019 voor voldoening van het griffierecht en de aangetekend verzonden betalingsherinnering van

2 november 2019 niet heeft ontvangen.

De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat de betalingsherinnering van 2 november 2019 op de juiste wijze door de Raad is verzonden.

Dit geeft aanleiding om het verzet gegrond te verklaren. De uitspraak van de Raad van

30 januari 2020 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Aan appellanten zal een nieuwe termijn worden gegund voor het voldoen van het verschuldigde griffierecht.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.

(getekend) C.H Bangma

(getekend) R.H. Koopman

GdJ