Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2811

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
19/5109 AOW-V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Geen feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 november 2020

19/5109 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2019, 19/1817 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 22 mei 2020 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 oktober 2020 waar appellant niet is verschenen en de Svb zich met voorafgaand bericht niet heeft laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad berust op de overwegingen, dat het griffierecht niet is voldaan en het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift geeft appellant aan dat het niet mogelijk was om vanuit Marokko geld over te maken naar het buitenland en heeft gezocht naar een andere oplossing maar toen ziek werd. Daarnaast woont hij op het plattenland en wordt de post altijd te laat bezorgd.

De Raad ziet hierin geen feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) R. H. Koopman