Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2803

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-11-2020
Datum publicatie
16-11-2020
Zaaknummer
19/535 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herzien en terugvorderen bijstand. Niet gemelde bijschrijvingen op bankrekening die op naam is gesteld van minderjarige kinderen van appellante. Vooronderstelling dat indien een bankrekening staat op naam van inwonend, minderjarig kind van de betrokkene, betrokkene over het tegoed op rekening kan beschikken. Appellante heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Appellante voert bewind over vermogen van haar kinderen en heeft het vruchtgenot. Dat zij mogelijk niet over bankpasjes beschikt maakt dit niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 535 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2018, 18/2509 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel (college)

Datum uitspraak: 3 november 2020

Zitting hebben: mrs. M. Hillen, M.F. Wagner en P.J. Huisman

Griffier: D. Bakker

Ter zitting is appellante verschenen, bijgestaan door mr. L.K. Tsui, advocaat. Voor het college is mr. N.D. Fritz verschenen. Tevens was aanwezig G.S. Nie als tolk.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het college heeft op goede gronden het bezwaar tegen het besluit van 24 augustus 2017 gegrond verklaard en de bijstand van appellante over de periode van 9 december 2011 tot 6 maart 2017 deels herzien en deels ingetrokken en de bijstand teruggevorderd tot een bedrag van € 39.691,34. Aan het bestreden besluit van 18 april 2018 ligt ten grondslag dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de bijschrijvingen en contante stortingen op de ABN-rekeningen ten name van haar minderjarige kinderen, die hebben te gelden als inkomsten.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Volgens vaste rechtspraak rechtvaardigt het gegeven dat een bankrekening op naam staat van een inwonend, minderjarig kind van de betrokkene, de vooronderstelling dat de betrokkene redelijkerwijs over het tegoed op die rekening kan beschikken. Het is dan aan de betrokkene om het tegendeel aannemelijk te maken.

Appellante is hierin niet geslaagd. Op 2 februari 2006 heeft haar ex-echtgenoot in naam van hun kinderen als toenmalig wettelijk vertegenwoordiger de rekeningen geopend. Appellante had in de periode in geding, al dan niet tezamen met haar ex-echtgenoot, het ouderlijk gezag en uit dien hoofde kon zij beschikken over de tegoeden. Dat zij mogelijk niet over bankpasjes van de rekeningen beschikte maakt dit niet anders, nu zij ingevolge de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek het ouderlijk gezag had, wat betekent dat zij het bewind voert over het vermogen van haar kinderen en hierover het vruchtgenot heeft.

Het hoger beroep slaagt niet en voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer

(getekend) D. Bakker (getekend) M. Hillen