Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2765

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-11-2020
Datum publicatie
17-11-2020
Zaaknummer
18/4191 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het college het bestreden besluit niet langer handhaaft en aan appellant alsnog bijstand heeft uitgekeerd over de maanden juli, augustus, september en oktober 2017, waarmee geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen. De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 november 2020

18/4191 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 juni 2018, 18/452 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.L. Soedamah, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Bij fax van 12 maart 2020 heeft mr. Soedamah namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten, in bezwaar, beroep en hoger beroep.

Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het college het bestreden besluit niet langer handhaaft en aan appellant alsnog bijstand heeft uitgekeerd over de maanden juli, augustus, september en oktober 2017, waarmee geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.

De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in bezwaar, € 1.050,- in beroep en € 525,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het college wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.100,-.

Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 november 2020.

(getekend) A.M. Overbeeke

(getekend) P.A.M. Hulsdouw