Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2712

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
05-11-2020
Zaaknummer
19/1025 AOW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag ouderdomspensioen terecht afgewezen. Appellante is niet verzekerd geweest voor de AOW, omdat zij nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Ingevolge het NMV geen aanspraak op ouderdomspensioen op grond van huwelijkse tijdvakken. De verzekering van de echtgenoot voor de AOW was al namelijk geƫindigd voor de huwelijksdatum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 1025 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2019, 18/5227 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 24 september 2020

Zitting hebben: M.A.H. van Dalen-van Bekkum

Griffier: B.H.B. Verheul

Ter zitting is verschenen: namens de Svb mr. A. Marijnissen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1.1.

Appellante is geboren in 1953 en is [in] 2005 gehuwd met [naam echtgenoot] (echtgenoot). De echtgenoot is geboren in 1928 en is op [sterfdatum] 2009 overleden. Op 20 maart 2018 heeft appellante een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd. Bij besluit van 15 juni 2018 heeft de Svb de aanvraag afgewezen.

1.2.

Het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 juni 2018 is bij besluit van 26 juli 2018 ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat appellante niet verzekerd is geweest voor de AOW, omdat zij nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt. Ook is overwogen dat appellante geen aanspraken heeft op grond van huwelijkse tijdvakken, omdat de echtgenoot niet meer verzekerd was voor de AOW toen appellante op [trouwdatum] (bedoeld is kennelijk: [maand]) 2005 met de echtgenoot is gehuwd.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft gesteld dat zij recht heeft op een ouderdomspensioen ingevolge de AOW. Zij heeft erop gewezen dat haar overleden echtgenoot in Nederland verzekerd is geweest en premies heeft betaald. Ook is aangevoerd dat appellante ziek is, voor meer dan 80% arbeidsongeschikt is en geen inkomsten heeft.

4. Tussen partijen is niet in geschil dat appellante niet zelf in Nederland heeft gewoond of gewerkt of op andere (zelfstandige) grond verzekerd is geweest voor de AOW. Verder heeft appellante ingevolge het NMV geen aanspraak op ouderdomspensioen op grond van huwelijkse tijdvakken. De verzekering van de echtgenoot voor de AOW was al namelijk geƫindigd voor de huwelijksdatum. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) B.H.B. Verheul (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum