Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2357

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-09-2020
Datum publicatie
12-10-2020
Zaaknummer
18/5659 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ten onrechte bijstand ingetrokken en teruggevorderd. Tijdelijk verblijf elders in verband met verbouwing. Onvoldoende grondslag voor standpunt college dat appellant hoofdverblijf niet meer op uitkeringsadres had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2020/282
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 5659 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 20 september 2018, 17/3329 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)

Datum uitspraak: 29 september 2020

Zitting heeft: J.N.A. Bootsma

Griffier: T. Ali

Ter zitting is namens appellant verschenen mr. E.T. van Dalen, advocaat.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    vernietigt de aangevallen uitspraak;

  • -

    verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 10 augustus 2017;

  • -

    herroept het besluit van 20 april 2017;

  • -

    bepaalt dat het college aan appellant het door hem in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 172,- vergoedt;

  • -

    veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.150,-.

Dit betekent dat het college de bijstand van appellant ten onrechte per 1 maart 2017 heeft ingetrokken en tot een bedrag van € 933,65 heeft teruggevorderd.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en gebaseerd op de volgende overwegingen.

Na de melding van een gerechtsdeurwaarderskantoor dat de woning waar appellant een kamer huurde werd verbouwd, heeft het college op 13 april 2017 een gesprek gehad met appellant en een huisbezoek afgelegd op zijn woonadres. Appellant heeft verklaard dat de woning van eigenaar was gewisseld en sinds zes weken werd verbouwd. Door de verbouwing was koken en douchen niet mogelijk en verbleef hij tijdelijk op verschillende plekken.

Daarop heeft het college de bijstand ingetrokken omdat appellant in strijd met de op hem rustende inlichtingenverplichting niet heeft gemeld dat hij zijn hoofdverblijf niet meer had op het uitkeringsadres en dat zijn recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.

Hoewel het niet misstaat om tijdelijk verblijf elders vanwege een verbouwing te melden, is het niet melden daarvan geen schending van de inlichtingenverplichting. Dit is vaste rechtspraak (uitspraken van 26 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2320 en 23 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:584).

Met alleen de melding, het gesprek en het huisbezoek heeft het college het besluit tot intrekking en terugvordering niet zorgvuldig voorbereid en is hij niet geslaagd in zijn bewijslast om aannemelijk te maken dat appellant niet meer woonde op het uitkeringsadres. Zo heeft het college de nieuwe verhuurder, van wie het adres bekend was, niet gehoord over de aard en de duur van de verbouwing en de terugkeer van appellant en is geen navraag gedaan naar de verschillende plekken waar appellant tijdens de verbouwing verbleef.

Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld bieden de onderzoeksbevindingen dan ook onvoldoende grondslag voor het standpunt van het college dat appellant zijn woonadres niet op het uitkeringsadres heeft behouden en ook niet voor het standpunt dat het recht van appellant op bijstand niet kon worden vastgesteld wegens schending van de inlichtingenverplichting.

Het hoger beroep slaagt. Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de (proces)kosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 1.050,- in bezwaar, € 1.050,- in beroep en € 1.050,- in hoger beroep, in totaal op € 3.150,-.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) T. Ali (getekend) J.N.A. Bootsma