Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2328

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
02-10-2020
Zaaknummer
20/763 WLZ
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het beroepschrift is niet tijdig ingediend. Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Om de termijn veilig te stellen had door appellante tijdig pro forma hoger beroep kunnen worden ingesteld. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 september 2020

20/763 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

6 januari 2020, 18/3818 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

Stichting Wlz-uitvoerder Zorg en Zekerheid (Zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft [naam bewindvoerder], bewindvoerder, hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Awb in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 6 januari 2020 in afschrift aan partijen toegezonden. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend was

17 februari 2020.

Het beroepschrift is op 21 februari 2020 ontvangen.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 6 maart 2020 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Namens appellante is daarop bij brief van 7 maart 2020 geantwoord dat de fysieke gezondheid van de budgethouder meer tijd en zorg vraagt, dat sprake is van Wmo-voorzieningen met langdurige processen van voortgang, dat het drie mobiliteitshulpmiddelen met maatwerk betreft en dat het Wlz-zorgbehoefte onderzoek veel tijd vergt, waardoor de einddatum er bij is ingeschoten.

Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

In dat verband wordt overwogen dat in situaties als de onderhavige geldt dat het uitgangspunt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt. Om de termijn veilig te stellen had door appellante tijdig pro forma hoger beroep kunnen worden ingesteld.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door D.S. de Vries, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2020.

(getekend) D.S. de Vries

(getekend) P.A.M. Hulsdouw

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.