Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2182

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
17-09-2020
Zaaknummer
19/4155 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 4155 WAO

Datum uitspraak: 16 september 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van Centrale Raad van Beroep van 1 augustus 2019, 18/5408 WAO

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (Marokko) (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief door de Raad ontvangen op 12 september 2019 en aangevuld bij brieven van 21 oktober 2019 en 22 november 2019 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2019.

Het Uwv heeft gemeld zich te refereren aan het oordeel van de Raad.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 21 november 2017 heeft het Uwv de aanvraag van verzoeker om een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) buiten behandeling gesteld omdat verzoeker niet heeft voldaan aan de geldende voorschriften om de aanvraag in behandeling te nemen. Bij besluit van 2 maart 2018 is het bezwaar tegen het besluit van 21 november 2017 ongegrond verklaard.

1.2.

Het door verzoeker tegen het besluit van 21 november 2017 ingestelde beroep is door de rechtbank Amsterdam bij uitspraak van 31 augustus 2018, 18/2751, ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 augustus 2019, waarvan nu herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

2. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3.1.

Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift naar voren gebracht dat hij in Nederland heeft gewerkt en erg ziek is geworden. Hij is arbeidsongeschikt geworden en verzoekt om een invaliditeitsuitkering.

3.2.

Het Uwv heeft geen op- of aanmerkingen naar voren gebracht.

4.1.

De Raad ziet in hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht geen reden om het verzoek om herziening toe te wijzen. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

4.2.

Uit het vorenstaande volgt dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van A.A.M. Chevalier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2020.

(getekend) J. Brand

(getekend) A.A.M. Chevalier