Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:2163

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
17-09-2020
Zaaknummer
19/3282 Wajong
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Proceskostenveroordeling
Inhoudsindicatie

Hoger beroep door Uwv ingetrokken. Proceskostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 september 2020

19/3282 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juni 2019,
18/332 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Per faxbericht van 2 juni 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. E. van den Bogaard, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft hiertegen geen verweer gevoerd.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van een verweerschrift) voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 september 2020.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier


IvR