Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1897

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-08-2020
Datum publicatie
19-08-2020
Zaaknummer
17/7271 ZW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekken hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 12 augustus 2020

17/7271 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

6 oktober 2017, 16/5104 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.H. Beishuizen hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft bij brief van 6 januari 2020 meegedeeld dat het Uwv niet langer het standpunt handhaaft in de samenhangende zaak 17/7270 WIA en dat er per 18 februari 2016 alsnog een WIA-beoordeling zal plaatsvinden.

Bij brief van 7 januari 2020 heeft mr. Beishuizen namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de brief van 6 januari 2020 in de samenhangende zaak 17/7270 WIA geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van

K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

12 augustus 2020.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) K.R. van Renswoude

CVG