Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1727

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-08-2020
Datum publicatie
10-08-2020
Zaaknummer
19-1216 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgewezen aanvraag. Geen gewijzigde omstandigheden ten aanzien van eerdere intrekking op grond van aanbieden seks-diensten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 1216 PW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Datum uitspraak: 4 augustus 2020

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

11 februari 2019, 18/2562 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B. van Dijk, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft samen met de zaak 19/1217 PW plaatsgehad op 23 juni 2020. Namens appellante is verschenen mr. Van Dijk. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen. In de zaak 19/1217 PW is vandaag afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Bij besluit van 2 mei 2018 heeft het college de bijstand van appellante op grond van de Participatiewet (PW) met ingang van 16 september 2016 ingetrokken en de over de periode van 16 september 2016 tot en met 28 februari 2018 gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 20.769,94 van appellante teruggevorderd. Na bezwaar en beroep heeft de Raad in hoger beroep bij uitspraak van vandaag met registratienummer 19/1217 PW, beslist dat het college de bijstand terecht heeft ingetrokken en teruggevorderd. De Raad heeft het college gevolgd in zijn standpunt dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet te melden dat zij advertenties heeft geplaatst waarin zij seks aanbiedt. Gelet op de tekst van de advertenties, de grote hoeveelheid advertenties en de frequentie van adverteren gaat het niet om incidentele of louter op eigen ontspanning gerichte activiteiten. Er is sprake van het doorlopend aanbieden van diensten waarmee appellante geld kon verdienen.

1.2.

Op 13 april 2018 heeft appellante een aanvraag om bijstand ingediend. Bij besluit van 2 juli 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 juli 2018 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante niet heeft aangetoond dat sprake is van een wijziging van omstandigheden sinds het besluit van 2 mei 2018.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De te beoordelen periode loopt in dit geval van 13 april 2018 tot en met 2 juli 2018.

4.2.

Bij uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) heeft de Raad zijn rechtspraak over de toetsing door de bestuursrechter van besluiten op een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit gewijzigd. Ook ten aanzien van besluiten tot afwijzing van een aanvraag om bijstand na een eerdere intrekking van de bijstand heeft dit gewijzigde toetsingskader gevolgen (uitspraak van 31 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:365). Nu het college in het bestreden besluit de beoordeling van de aanvraag heeft beperkt tot de vraag of appellante heeft aangetoond dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in die zin dat zij over de te beoordelen periode wel voldoet aan de voorwaarden voor het recht op bijstand, wordt de beoordeling van de Raad ook daartoe beperkt.

4.3

Het is niet in geschil dat in april 2018 een advertentie is geplaatst van appellante waarbij seks wordt aangeboden. Uit de verklaring die appellante tijdens het intakegesprek op 12 juni 2018 heeft afgelegd, blijkt niet dat zij actie heeft ondernomen richting Speurders.nl. Ter zitting heeft de gemachtigde van appellante naar voren gebracht dat appellante geen advertenties heeft verwijderd. Gelet op deze omstandigheden heeft appellante niet aangetoond dat sprake was van een wijziging van omstandigheden in die zin dat de aanvraag om bijstand voor inwilliging in aanmerking kwam.

4.4.

Uit 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en J.L. Boxum en K.M.P. Jacobs als leden, in tegenwoordigheid van I.A. Siskina als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2020.

(getekend) A.J. Schaap

(getekend) I.A. Siskina