Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1663

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-07-2020
Datum publicatie
03-08-2020
Zaaknummer
18/614 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Te laat gemaakt bezwaar. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 614 PW-PV

Datum uitspraak: 21 juli 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 19 december 2017, 17/2145 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)

Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte

Griffier: R.I.S. van Haaren

Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. W. Volkers, advocaat. Het college heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Vaststaat dat appellant niet tijdig een bezwaarschrift heeft ingediend tegen het besluit van 1 maart 2017 (primaire besluit) dat strekt tot intrekking van bijstand en de terugvordering van de kosten daarvan.

Het college heeft bij besluit van 29 mei 2017 het bezwaar tegen het primaire besluit niet‑ontvankelijk verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.

Tussen partijen is uitsluitend in geschil of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. In artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, voor zover van belang, bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift, een niet‑ontvankelijkverklaring daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Wat appellant heeft aangevoerd, noopt niet tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De gestelde telefonische contacten met het college na ontvangst van het primaire besluit heeft appellant, in het licht van wat hij daarover ter zitting heeft verklaard, niet aannemelijk gemaakt. Verder is niet gebleken dat appellant niet in staat was tijdig – zo nodig op nader aan te voeren gronden – schriftelijk bezwaar te maken tegen dat besluit. Dat hij eerst juridisch advies heeft willen inwinnen, dient voor zijn eigen rekening te blijven. Zoals vaker overwogen (uitspraak van 13 september 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3403) behoort het tot de eigen verantwoordelijkheid van een betrokkene tijdig bezwaar te maken. Voor zover appellant stelt dat de bezwaarclausule in het primaire besluit bij hem de indruk heeft gewekt dat de bezwaartermijn van zes weken niet strikt zou worden gehandhaafd, kan dit evenmin leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De in artikel 6:7 van de Awb opgenomen termijn van zes weken voor, voor zover van belang, het maken van bezwaar is een fatale termijn. De bezwaarclausule zelf was duidelijk. Er stond: “Let op! U moet het bezwaarschrift indienen binnen zes weken na de dagtekening van dit besluit.” Aan de enkele mededeling daaronder dat hij bij te late indiening van een bezwaarschrift de kans loopt dat zijn bezwaar niet in behandeling wordt genomen, kon appellant redelijkerwijs niet een gerechtvaardigd vertrouwen kunnen ontlenen dat het college zijn bezwaarschrift ontvankelijk zou achten, ondanks termijnoverschrijding en het ontbreken van een verschoonbare reden daarvoor.

Het beroep van appellant op de hoorplicht treft geen doel. Het college kon ten tijde van het nemen van het bestreden besluit op grond van de beschikbare gegevens met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb van het horen van appellant afzien.

Het hoger beroep slaagt niet.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) R.I.S. van Haaren (getekend) O.L.H.W.I. Korte