Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1341

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
19/5015 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Het verzuim is niet binnen de gestelde termijn hersteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 juni 2020

19/5015 PW, 19/5016 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 29 oktober 2019, 19/143 en 19/144 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Arnhem

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.F.M. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.

Bij brief van 13 december 2019 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 13 januari 2020 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.

Bij schrijven van 12 februari 2020 heeft de gemachtigde van appellant uitstel gevraagd voor het indienen van de gronden.

Bij aangetekende brief van 21 februari 2020 is aan de gemachtigde van appellant uitstel verleend tot 20 maart 2020 voor het indienen van de gronden, met de mededeling dat nader uitstel niet zal worden verleend. Tevens is appellant erop gewezen dat als de gronden niet binnen deze termijn zijn ingediend, hij er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld.

De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van

T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2020.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA TRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.