Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1304

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
20/218 WUV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 juni 2020

20/218 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Canada (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 december 2019, kenmerk BZ011322635.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 30 januari 2020 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 48,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 1 maart 2020 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van

T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

DECISION

The Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court) declares that the appeal cannot be heard.

This decision was given by C.H. Bangma, as presiding judge in the presence of T. Hemelrijk-van den Oudenalder, clerk of the court. The decision was pronounced in public on the 25th of June 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder

Within six weeks after the sending of this copy, the interested party and the administrative body may lodge objections in writing against this decision with the Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court), PO Box 16002, 3500 DA UTRECHT.

The lodger of the written objection may include a request to be allowed to be heard on the objection.