Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1295

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
20-646 MPW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeker heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 646 MPW-PV, 20/732 MPW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 januari 2020, 19/151 MPW, 19/152 MPW

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Staatssecretaris van Defensie (staatssecretaris)

Datum uitspraak: 11 juni 2020

Zitting heeft: C.H. Bangma

Griffier: L.R. Daman

Verzoeker is ter zitting verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.J. Engels Linssen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening, samengevat, ten grondslag gelegd dat hij aan de verstrekking van een militair registratienummer het vertrouwen mocht ontlenen dat aan hem een militair invaliditeitspensioen en de gevraagde voorzieningen zouden worden toegekend. Hierbij heeft verzoeker een brief van de staatssecretaris gedateerd 4 december 2019 overgelegd, waarin volgens verzoeker wordt gesproken over het toekennen van een militair invaliditeitspensioen.

Op grond van artikel 8:119, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Het is vaste rechtspraak van de Raad dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om, anders dan op grond van een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie te voeren over de zaak en evenmin om een discussie over de uitspraak te openen. In beginsel kunnen alleen aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden. Dit kan alleen als is voldaan aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Verzoeker heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Hij beoogt in feite een hernieuwde discussie over de zaak en de uitspraak van de Raad van 10 januari 2020. De toekenning van het militair registratienummer is in die uitspraak reeds aan de orde gekomen. Ook de brief van 4 december 2019 levert geen nieuw feit of omstandigheid op die zou kunnen leiden tot een andere uitspraak. De brief heeft geen betrekking op de inhoud van de zaak, maar bevat uitsluitend een verzoek aan verzoeker om een vragenlijst in te vullen over de dienstverlening van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds naar aanleiding van de door verzoeker ingediende aanvraag. Het verzoek om herziening moet daarom worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) L.R. Daman (getekend) C.H. Bangma