Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2020:1290

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-06-2020
Datum publicatie
29-06-2020
Zaaknummer
17/7877 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Schadevergoedingsuitspraak
Inhoudsindicatie

Kostenveroordeling na intrekken hoger beroep vanwege alsnog tegemoetkomen aan bezwaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 juni 2020

17/7877 PW, 19/2875 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

3 november 2017, ROT 16/6288 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.A.S. Maduro, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 7 november 2019 heeft het college, onder intrekking van zijn besluit van

30 april 2019, aan appellant alsnog over de periode van 7 april 2016 tot en met 27 juli 2016 bijstand toegekend.

Bij brief van 28 november 2019 heeft mr. Maduro namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep.

Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het college met het nieuwe besluit van 7 november 2019 grotendeels aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.

De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in bezwaar, € 1.050,- in beroep en € 525,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.625,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 juni 2020.

(getekend) mr. E.C.R. Schut

(getekend) P.A.M. Hulsdouw