Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:952

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-03-2019
Datum publicatie
25-03-2019
Zaaknummer
16/6629 PW
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2016:7143, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking na opschorting. Niet overleggen Kimlik-nummer. Niet aannemelijk gemaakt dat het door de Svb gefaseerd opgezette onderzoek naar vermogen in het buitenland discriminatoir is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2019/106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

16 6629 PW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

19 september 2016, 16/48 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden te [woonplaats]

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 19 maart 2019

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. R. Küçükünal, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2019. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Küçükünal, die mede namens appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma. Als tolk is verschenen E. Battaloglu.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellanten ontvingen sinds 1 januari 2012 bijstand van de Svb, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW), in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling).

1.2.

De Svb voert in de periode 2013 tot en met 2019 gefaseerd een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de AIO-aanvulling van alle AIO-gerechtigden. Hiertoe worden jaarlijks ruim 7.000 AIO-gerechtigden het formulier “Verblijf en vermogen buiten Nederland” (formulier) toegestuurd. De controle was in 2013 gericht op in Suriname geboren

AIO-gerechtigden, in 2014 op AIO-gerechtigden met als geboorteland Marokko, in 2015 op AIO-gerechtigden die in Turkije zijn geboren en van 2016 tot en met 2018 was de controle gericht op de overige in het buitenland geboren AIO-gerechtigden. In 2019 richt de controle zich op de in Nederland geboren AIO-gerechtigden. Elk jaar wordt de controlegroep aangevuld met een kleine steekproef onder specifieke delen van het klantenbestand. In 2013 bestond de onderzochte groep naast de ruim 7.000 AIO-gerechtigden met een Surinaamse achtergrond, uit 200 AIO-gerechtigden met een Marokkaanse en 200 met een Turkse achtergrond. De Svb heeft steeds na het toesturen van het formulier nader onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de verleende AIO-aanvulling van AIO-gerechtigden die het formulier niet hadden teruggestuurd, alsmede van AIO-gerechtigden die het formulier wel hadden teruggestuurd en het formulier daartoe aanleiding gaf. Criteria voor vervolgonderzoek bij laatstgenoemde categorie AIO-gerechtigden waren onder meer een lang verblijf in het land van herkomst en het bestaan van, dan wel onduidelijkheden over een opgegeven verblijfadres in het land van herkomst.

1.3.

In het kader van het onder 1.2 vermelde onderzoek heeft de Svb appellanten bij brieven van 10 december 2013, 30 januari 2014 en 19 november 2014 uitgenodigd voor een gesprek voor het invullen van het formulier en hen daarbij verzocht een Nederlands paspoort

en/of identiteitskaart, Turks paspoort en het zogeheten TC Kimliknummer te verstrekken. Appellanten zijn niet op de gesprekken verschenen en hebben de verzochte informatie niet verstrekt.

1.4.

Bij besluit van 30 januari 2015 heeft de Svb het recht op AIO-aanvulling van appellanten opgeschort met ingang van 1 februari 2015 en appellanten verzocht vóór 28 februari 2015 langs te komen op het kantoor van de Svb en de eerder gevraagde gegevens mee te nemen. Appellanten hebben niet aan dit verzoek voldaan.

1.5.

Naar aanleiding hiervan heeft het college bij besluit van 24 maart 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 1 december 2015 (bestreden besluit), de bijstand van appellanten met toepassing van artikel 54, vierde lid, van de PW ingetrokken met ingang van

1 februari 2015. De Svb heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat appellanten, door de gevraagde gegevens niet te verstrekken, de op hen rustende medewerkingsverplichting hebben geschonden.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep hebben appellanten zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellanten hebben als enige beroepsgrond aangevoerd dat de Svb bij het onderzoek een verboden onderscheid maakt naar afkomst, in dit geval zijn appellanten van Turkse afkomst, en dat de Svb daarom niet bij appellanten het TC Kimliknummer heeft mogen opvragen. Deze beroepsgrond slaagt niet.

4.2.

Bij zijn uitspraak van 28 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2702, heeft de Raad geoordeeld dat het onderzoek van de Svb als vermeld onder 1.2 niet discriminatoir is. Er is geen aanleiding om hier in het geval van appellanten anders over te oordelen. De omstandigheid dat in eerdere uitspraken van de rechtbank Limburg (uitspraak van

13 juli 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:6551) en van de Raad (uitspraak van 5 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1668) is weergegeven dat de controle zich van 2016 tot en met 2019 richtte op de overige in het buitenland geboren AIO-gerechtigden en daarin dus niet is vermeld dat de controle zich ook richt op de in Nederland geboren AIO-gerechtigden, geeft geen aanleiding te twijfelen aan de onder 1.2 weergeven, en desgevraagd ter zitting door de Svb bevestigde, opzet van het onderzoek. De enkele veronderstelling van appellanten dat het in 2019 te verrichten onderzoek onder in Nederland geboren AIO-gerechtigden er inhoudelijk anders uit zal zien dan het onderzoek onder de in het buitenland geboren AIO-gerechtigden, leidt niet tot een ander oordeel.

4.3.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld als voorzitter en W.F. Claessens en J.T.H. Zimmerman als leden, in tegenwoordigheid van E. Stumpel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2019.

(getekend) M. Schoneveld

(getekend) E. Stumpel

md