Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:920

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
25-03-2019
Zaaknummer
17/6620 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgewezen bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Geen bijzondere omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 6620 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 19 februari 2019

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 augustus 2017, 17/741 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (college)

Zitting heeft: M. Schoneveld als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: E. Stumpel

Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. I. Plaisier.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant heeft in verband met een verhuizing op 20 september 2016 bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtingskosten. Het college heeft deze aanvraag bij besluit van

21 oktober 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 19 december 2016

(bestreden besluit), afgewezen. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat de kosten niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

2. Kosten van de inrichting van een woning behoren, indien zij noodzakelijk zijn, tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen van de betrokkene hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Daarvoor wordt alleen bijzondere bijstand verleend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen op het niveau van algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

3. Niet in geschil is dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd, zich voordeden en dat die kosten in het individuele geval van appellant noodzakelijk waren. Tussen partijen is in geschil of tevens is voldaan aan het vereiste dat de betreffende kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

4. Appellant heeft in hoger beroep, evenals in beroep, aangevoerd dat hij niet heeft kunnen reserveren of een lening heeft kunnen afsluiten. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellant ontving ten tijde hier van belang sinds 11 oktober 2011 algemene bijstand. De aan appellant verstrekte bijstand moet toereikend worden geacht, zowel om in zijn levensonderhoud te voorzien als om te reserveren. Vergelijk de uitspraak van 31 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2331. De omstandigheid dat appellant gedurende vier jaar in het [locatie] verbleef en daardoor te lang een hoge huur heeft moeten betalen, maakt dit niet anders. De stelling van appellant dat hij wegens een huurschuld op een zwarte lijst staat waardoor hij geen andere huurwoning heeft kunnen krijgen, heeft hij niet onderbouwd, zodat alleen al daarom dit niet tot een ander oordeel leidt. Appellant heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat hij geen lening heeft kunnen krijgen voor deze kosten.

5. De omstandigheid dat appellant schulden en als gevolg daarvan onvoldoende reserveringsruimte had, vormt volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de PW. Vergelijk de uitspraak van 24 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2318. Voor schulden wordt geen bijstand verleend. Dat het college op de hoogte was van de schulden van appellant doet hier niet aan af.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) E. Stumpel (getekend) M. Schoneveld

md