Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:823

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
18-03-2019
Zaaknummer
17-1620 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar niet ontvankelijk omdat het niet tijdig is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 1620 PW-PV

Datum uitspraak: 26 februari 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2017, 16/6988 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

Zitting heeft: F. Hoogendijk als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: S.H.H. Slaats

Appellant is ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. I. Kesteren.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant heeft op 27 juni 2016 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand voor advocaatkosten op grond van de Participatiewet. Bij besluit van 19 juli 2016 heeft het college de aanvraag afgewezen. Bij besluit van 3 oktober 2016 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 19 juli 2016 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaar te laat is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft aangevoerd dat hij tijdig bezwaar heeft gemaakt. Hij heeft gesteld dat hij het bezwaarschrift binnen de bezwaartermijn, namelijk op 24 augustus 2016, ter post heeft bezorgd. Deze beroepsgrond slaagt niet.

4. De bezwaartermijn liep in dit geval van 20 juli 2016 tot en met 30 augustus 2016. Appellant heeft het bezwaarschrift niet aangetekend verstuurd. Volgens de poststempel op de envelop is het bezwaarschrift op 1 september 2016 ter post bezorgd, dus na het einde van de bezwaartermijn. Het college heeft het bezwaarschrift op 2 september 2016 ontvangen. Het is aan appellant om aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift op een eerdere datum dan de poststempel aangeeft ter post is bezorgd, en wel uiterlijk op de laatste dag van de termijn.

5. Appellant is daarin niet geslaagd. Uit het feit dat het bezwaarschrift is gedateerd op

24 augustus 2016 blijkt niet dat het ook op die dag ter post is bezorgd. Dat blijkt ook niet uit de schriftelijke verklaring van de hulpverlener van [instantie] , waarin staat dat appellant op 24 augustus 2016 het inloopspreekuur heeft bezocht en dat samen met hem een bezwaarschrift is opgesteld. Appellant heeft zijn vermoeden dat tussen

24 augustus en 1 september 2016 bij de post iets moet zijn misgegaan met het bezwaarschrift niet ondersteund met concrete gegevens. De door appellant overgelegde verklaring van de hulpverlener, dat hij hulp is komen vragen bij een onderzoek naar de gang van zaken in dit geval bij PostNL is daartoe niet toereikend. Het enkele vermoeden van appellant is onvoldoende om ervan uit te gaan dat het bezwaarschrift inderdaad op 24 augustus 2016 ter post is bezorgd.

6. Dit betekent dat het college terecht heeft beslist dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Niet is gesteld of gebleken dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is.

7. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard.

8. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

S.H.H. Slaats F. Hoogendijk

md