Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:725

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
12-03-2019
Zaaknummer
17/8189 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen doorzendplicht indien geen geschil bestaat over woonplaats. Dat geschil over woonplaats ter zitting van de Raad weer naar voren wordt gebracht is in strijd met de goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 8189 PW-PV, 17/8199 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 19 februari 2019

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2017, 17/931 en 17/2850 (aangevallen uitspraken)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Weesp (college)

Zitting heeft: J.N.A. Bootsma als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: J.M.M. van Dalen

Het onderzoek ter zitting in de zaken heeft gevoegd plaatsgevonden. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. E.A.M. Brouwers-Bouman, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.S. Teunissen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken. Dit betekent dat de aanvragen om bijzondere bijstand voor eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten terecht zijn afgewezen.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Van 19 maart 2014 tot en met 14 december 2014 zijn appellante en [naam] (X) voor de verlening van bijstand aangemerkt als gehuwden. Op het moment van de aanvraag van

13 juni 2016 (melding 27 mei 2016) was dit minder dan twee jaar geleden, hadden zij hun hoofdverblijf op hetzelfde adres en was er het onweerlegbaar rechtsvermoeden dat zij een gezamenlijke huishouding hadden (artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a, van de Participatiewet (PW)). Dit betekent dat aan appellante niet als zelfstandig onderwerp van bijstand bijzondere bijstand kon worden toegekend. Omdat appellante de aanvraag nadrukkelijk als alleenstaande en niet samen met X had ingediend, is deze terecht afgewezen (artikel 43, tweede lid, van de PW) en is voor toepassing van artikel 43, derde lid, van de PW geen ruimte.

Het college heeft de aanvraag van 13 februari 2017 (melding 10 februari 2017) afgewezen omdat appellante geen woonplaats had in [gemeente 1] (artikel 40, eerste lid, van de PW). De rechtbank heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat appellante niet in de gemeente [gemeente 1] woonachtig was en heeft geoordeeld dat het college de aanvraag niet had hoeven doorzenden.

In het hoger beroepschrift heeft appellante gesteld dat het vaststaat dat zij niet woonachtig was in [gemeente 1] en de in beroep aangevoerde grond herhaald, dat het college haar aanvraag op grond van artikel 2:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht had moeten doorsturen naar de gemeente waar zij feitelijk verblijf had en dat hij niet bevoegd was om op de aanvraag te beslissen. Net als de rechtbank is de Raad van oordeel dat er niet een ander bestuursorgaan kennelijk bevoegd was, nu appellante had verklaard tijdelijk in [gemeente 2] te wonen, zij nog niet wist voor hoe lang en zij daar niet stond ingeschreven.

Op de zitting van de Raad heeft appellante (subsidiair) nog gesteld dat zij toch wel in [gemeente 1] woonde. Nu de rechtbank al had vastgesteld dat dit niet meer tussen partijen in geschil was en appellante dit in haar hoger beroepschrift niet heeft bestreden, is het in strijd met de goede procesorde om dit op de zitting in hoger beroep weer voorwerp van geschil te maken. Dit zou de omvang van het in hoger beroep voorliggende geding te buiten gaan.

De hoger beroepen slagen niet.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) J.N.A. Bootsma

IJ