Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:647

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-02-2019
Datum publicatie
04-03-2019
Zaaknummer
17/5658 ZW-PV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestreden besluit zorgvuldig voorbereid. Evenals rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen reden om de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit niet juist te achten. Stelling betreffende de hernia vormt geen reden om tot een andere conclusie te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 5658 ZW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 juli 2017, 17/930 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 14 februari 2019

Zitting heeft: A.T. de Kwaasteniet

Griffier: L. Boersma

Ter zitting zijn verschenen: appellante, bijgestaan door mr. S. van Gendt, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. H. ten Brinke.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij het bestreden besluit heeft het Uwv vastgesteld dat appellante per 30 november 2016 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet omdat zij met haar medische beperkingen nog in staat is een aantal voor haar geselecteerde functies te verrichten.

Wat appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht vormt deels een herhaling van wat zij in bezwaar en beroep heeft gesteld. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat het bestreden besluit zorgvuldig door het Uwv is voorbereid. Tevens wordt de rechtbank gevolgd in het oordeel dat er geen reden is om de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit niet juist te achten.

De stelling van appellante in hoger beroep dat inmiddels duidelijk is geworden dat haar beperkingen voor het grootste deel worden veroorzaakt door een hernia vormt geen reden om tot een andere conclusie te komen. Dit standpunt is niet onderbouwd met medische gegevens. Bovendien betekent een later gestelde diagnose niet, dat de verzekeringsarts in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 29 september 2016 onvoldoende beperkingen heeft aangenomen.

Wat ter zitting door appellante is gesteld over de beoordeling in 2018 leidt niet tot een ander oordeel. Gelet op de verstreken periode, de tussentijdse ziekmeldingen en het feit dat geen nadere onderbouwing is gegeven, kan dit niet afdoen aan de onderhavige beoordeling.

De stelling dat de functie van boekhouder ongeschikt is omdat appellante niet zou voldoen aan de opleidingseis is onvoldoende onderbouwd, zeker nu niet is gebleken dat er een diploma-eis wordt gesteld. Het Uwv heeft tot slot voldoende onderbouwd dat het eventueel wegvallen van een ter zitting genoemde functie geen gevolgen heeft voor de beoordeling.

Het hoger beroep van appellante slaagt niet.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) L. Boersma (getekend) A.T. Kwaasteniet

OS