Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:574

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
25-02-2019
Zaaknummer
17/6340 PW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herroepen van besluit. Geen strijd met rechtszekerheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 6340 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 19 februari 2019

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

14 augustus 2017, 17/753 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.H. Veurtjes, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben desgevraagd verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant heeft zich op 12 juli 2016 gemeld voor het indienen van een aanvraag om bijstand ingevolge de Participatiewet. Het college heeft appellant om nadere gegevens gevraagd en een voorschot van € 835,46 verleend. Bij besluit van 13 september 2016 heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat appellant niet de gevraagde informatie had verstrekt. Bij besluit van eveneens 13 september 2016 heeft het college een bedrag van

€ 2.490,17 als betaald voorschot van appellant teruggevorderd (terugvorderingsbesluit).

1.2.

Bij besluit van 30 januari 2017 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen de besluiten van 13 september 2016 ongegrond verklaard en voorts het bedrag van de terugvordering gecorrigeerd en vastgesteld op € 835,46.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken grond tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Appellant heeft aangevoerd dat het college het terugvorderingsbesluit in strijd met het bepaalde in artikel 7:11 van de Awb niet heeft herroepen. Herroeping is volgens appellant vereist voor de rechtszekerheid. Deze beroepsgrond slaagt niet.

4.2.

Op grond van artikel 7:11, tweede lid, van de Awb herroept het bestuursorgaan het primaire besluit voor zover de heroverweging in bezwaar daartoe aanleiding geeft. Voor zover nodig neemt het bestuursorgaan in de plaats daarvan een nieuw besluit. Van herroepen in de zin van artikel 7:11 van de Awb is sprake indien het (primaire) besluit wordt ingetrokken of naar zijn rechtsgevolgen wordt gewijzigd.

4.3.

Het college heeft bij het bestreden besluit vastgesteld dat in het terugvorderingsbesluit ten onrechte het totale schuldbedrag van appellant aan het college is opgevoerd en heeft de hoogte van de terugvordering vervolgens gecorrigeerd naar het correcte bedrag van de laatste voorschotverlening, te weten € 835,46. Nu het terugvorderingsbesluit aldus naar zijn rechtsgevolgen, te weten de hoogte van het teruggevorderde bedrag, een wijziging heeft ondergaan, is in zoverre sprake van herroeping van het terugvorderingsbesluit. Het college heeft het terugvorderingsbesluit dus, anders dan appellant heeft aangevoerd, wel herroepen.

4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld, in tegenwoordigheid van J.M.M. van Dalen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2019.

(getekend) M. Schoneveld

(getekend) J.M.M. van Dalen

rh