Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:458

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-02-2019
Datum publicatie
14-02-2019
Zaaknummer
17/5671 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Uwv was bevoegd de aanvragen van appellant met toepassing van art. 4:5 Awb buiten toepassing te laten omdat de door appellant verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 5671 WAO, 18/2607 WAO

Datum uitspraak: 13 februari 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van

14 juli 2017, 17/1424 (aangevallen uitspraak I) en 21 maart 2018, 17/6765

(aangevallen uitspraak II)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroepen ingesteld.

Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.

Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

17/5671

1. Appellant heeft zich op 10 augustus 2016 tot het Uwv gewend met het verzoek tot toekennen van een uitkering omdat hij arbeidsongeschikt is. Bij besluit van 9 december 2016 heeft het Uwv appellant medegedeeld dat deze aanvraag niet zal worden behandeld omdat de door appellant verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Bij beslissing op bezwaar van 25 januari 2017 (bestreden besluit I) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 december 2016 ongegrond verklaard.

2. Bij aangevallen uitspraak I heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen bestreden besluit I ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat appellant niet alle gevraagde, noodzakelijke, gegevens heeft opgestuurd en dat hij over deze gegevens redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

18/2607

3. Appellant heeft zich op 21 juli 2017 weer tot het Uwv gewend met het verzoek tot toekennen van een uitkering omdat hij arbeidsongeschikt is. Bij besluit van

20 september 2017 heeft het Uwv appellant medegedeeld dat deze aanvraag niet zal worden behandeld omdat de door appellant verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Bij beslissing op bezwaar van 26 oktober 2017 (bestreden besluit II) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 september 2017 ongegrond verklaard.

4. Bij aangevallen uitspraak II heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen bestreden besluit II ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat appellant niet alle gevraagde, noodzakelijke, gegevens heeft opgestuurd en dat de gegevens die appellant heeft ingebracht onvoldoende zijn om op de aanvraag van appellant te kunnen beslissen.

5.1.

Appellant heeft in beide hoger beroepen aangevoerd dat hij arbeidsongeschikt is geworden toen hij in Nederland werkte en dat hij sindsdien arbeidsongeschikt is gebleven.

5.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraken bepleit.

6.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling. De oordelen van de rechtbank en de argumenten die tot die oordelen hebben geleid, worden onderschreven. Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid aanvullende informatie over te leggen, noodzakelijk om zijn aanvraag te kunnen beoordelen. Dat appellant ziek zou zijn, doet hier niet aan af. Uit de verklaring van het Centre maladies du Rein van 6 februari 2017 kan niet worden afgeleid dat appellant op geen enkele manier in staat is relevante stukken over te leggen of te laten leggen. Het Uwv was bevoegd de aanvragen van appellant met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing te laten.

6.2.

De hoger beroepen van appellant slagen niet en de aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van

W.M. Swinkels als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar 13 februari 2019.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) W.M. Swinkels

md