Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:439

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-01-2019
Datum publicatie
18-02-2019
Zaaknummer
17/6257 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekken na opschorten. Niet reageren op oproepen. Niet onredelijk korte hersteltermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17/6257 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 augustus 2017, 17/684 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 29 januari 2019

Zitting heeft: M. Schoneveld

Griffier: J.M.M. van Dalen

Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. A.J. Wintjes.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij besluiten van besluiten van 25 oktober 2016, respectievelijk 31 oktober 2016, is het recht op bijstand van appellante opgeschort met ingang van 25 oktober 2016, is de bijstand per die datum ingetrokken en zijn de betaalde kosten van bijstand over de periode van

25 oktober 2016 tot en met 31 oktober 2016 teruggevorderd. Na bezwaar heeft het college deze besluiten gehandhaafd bij besluit van 23 januari 2017 (bestreden besluit). Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat appellante niet is verschenen op oproepen voor gesprekken op 25 oktober 2016, respectievelijk 27 oktober 2016 en niet de bij die oproepen verzochte informatie heeft ingeleverd. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Niet in geschil is dat een sociaal rechercheur de oproep voor het gesprek op 25 oktober 2016 op 21 oktober 2016, en de oproep voor het gesprek op 27 oktober 2016 op 25 oktober 2016, persoonlijk bij appellante heeft bezorgd. Dit betekent dat het college appellante hersteltermijnen van vier, respectievelijk twee dagen heeft gegeven om gehoor te geven aan de oproepen voor een gesprek en het overleggen van informatie. Vaststaat dat appellante op beide oproepen niet heeft gereageerd en niet is verschenen.

Anders dan appellante heeft aangevoerd heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat deze hersteltermijnen niet onredelijk kort zijn. Voor de stelling van appellante dat het college ermee bekend is dat zij voor de afhandeling van haar post afhankelijk is van anderen die niet dagelijks beschikbaar zijn, is geen steun te vinden in de gedingstukken. Daarbij komt dat het op de weg ligt van appellante om te bewerkstellingen dat zij toch tijdig kennis neemt van haar post. Niet is gebleken van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat appellante geen verwijt kan worden gemaakt van het geen gehoor geven aan de oproepen.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier. De voorzitter.

(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) M. Schoneveld

md