Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:359

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-01-2019
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
17/5413 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afgewezen aanvragen om bijstand in verband met onduidelijke financiële situatie voorafgaande aan aanvraag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 5413 PW-PV, 17/7541 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2017, 17/891 (aangevallen uitspraak 1), en

17 november 2017, 17/3964 (aangevallen uitspraak 2)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 15 januari 2019

Zitting heeft: G.M.G. Hink

Griffier: F. Demiroğlu

Voor appellant is mr. N. Roos, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Yaman.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Tussen partijen is in geschil of het college de aanvragen om bijstand van appellant terecht heeft afgewezen. De te beoordelen perioden lopen van 15 september 2016 tot en met

7 november 2016 en van 11 november 2016 tot en met 23 februari 2017.

Aan beide afwijzingen ligt ten grondslag dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de financiële situatie van appellant. Uit de overgelegde bankafschriften blijkt dat meerdere stortingen hebben plaatsgevonden op de bankrekening van de minderjarige inwonende zoon van appellant in de periode direct voorafgaand aan de aanvragen en in de te beoordelen perioden. Over de herkomst van deze stortingen heeft appellant geen verklaringen gegeven. Daarnaast heeft appellant geen afschriften overgelegd van twee andere bankrekeningen. Gelet hierop heeft het college terecht geconcludeerd dat onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant bestaat en dat om die reden het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

De hoger beroepen slagen niet, zodat de aangevallen uitspraken moeten worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

F. Demiroğlu G.M.G. Hink

rh