Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2019:344

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-01-2019
Datum publicatie
12-02-2019
Zaaknummer
17/3286 PW-PV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking bijstand omdat appellant langer dan de toegestane vier weken on het buitenland heeft verbleven. Geen zeer dringende redenen voor bijstandsverlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 3286 PW-PV

Datum uitspraak: 15 januari 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 maart 2017, 16/3758 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)

Zitting heeft: W.F. Claessens

Griffier: J.M.M. van Dalen

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2019. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. E. Yeniasci. Het college is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Het college heeft de bijstand van appellant per 16 februari 2016 ingetrokken en de kosten van de per die datum ten onrechte verleende bijstand teruggevorderd op de grond dat appellant langer dan de toegestane periode van 28 dagen in het buitenland is verbleven. Dit besluit heeft het college bij besluit van 4 november 2016 (bestreden besluit) gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Vaststaat dat appellant van het college toestemming had gekregen om van 18 januari 2016 tot en met 14 februari 2016 in het buitenland te verblijven. Verder is niet in geschil dat appellant vanaf 18 januari 2016 buiten Nederland verbleef en ook niet dat hij vanaf 16 februari 2016 de toegestane periode van vier weken heeft overschreden. Gelet op

artikel 13, eerste lid, aanhef en onder e, van de Participatiewet (PW) is hiermee gegeven dat appellant vanaf die datum geen recht had op bijstand.

4. Appellant heeft aangevoerd dat sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in

artikel 16, eerste lid, van de PW om hem per 16 februari 2016 toch bijstand te verlenen. Hierbij heeft hij naar voren gebracht dat hij wegens zijn medische situatie niet tijdig uit het buitenland kon terugkeren.

5. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat zeer dringende redenen in de door haar omschreven, aan rechtspraak van de Raad ontleende, zin zich niet voordoen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn medische situatie een beletsel vormde om tijdig terug te keren naar Nederland. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij door het te lange verblijf in het buitenland in behoeftige omstandigheden is komen te verkeren.

6. Appellant heeft erop gewezen dat hij bij zijn casemanager tijdig heeft aangekaart dat hij niet in staat was om binnen de toegestane periode van vier weken terug te keren naar Nederland. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Afgezien hiervan doet die stelling er niet aan af dat appellant vanaf 16 februari 2016 te lang in het buitenland verbleven en dus vanaf die datum geen recht had op bijstand.

7. Ten slotte heeft appellant een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel en in dat verband aangevoerd dat hem was toegezegd dat het geen probleem was om wegens ziekte langer dan toegestaan in het buitenland te verblijven. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat van de kant van het college uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan die bij appellant gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt. Ook de beschikbare gegevens bieden daarvoor geen enkel aanknopingspunt.

8. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.

9. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) W.F. Claessens

md